De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:
-
Uitwendige voedingspompen met toebehoren.
-
Niet klinisch ingebrachte sondes.
-
Uitwendige toebehoren, noodzakelijk bij het toedienen van parenterale voeding.
Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):
Indien het gebruik ervan om medisch redenen is aangewezen. In verband met de ontwikkelingen op het gebied van de thuisverpleging is behoefte ontstaan aan de verschaffing van toedieningssystemen voor voeding in de thuissituatie. Patiënten bij wie normale voeding om enigerlei reden ongewenst of onmogelijk is geworden, zijn aangewezen op een alternatieve wijze van voeden. De bedoelde hulpmiddelen omvatten zowel enterale (via maagdarmkanaal) als parenterale (via de bloedbaan) toedieningssystemen voor voeding. Met de omschrijving is beoogd uitsluitend die middelen voor rekening van de zorgverzekering te laten komen die nodig zijn bij toepassing van de toedieningssystemen in de thuissituatie. Middelen die tijdens ziekenhuisopname worden ingebracht c.q. toegepast, vallen niet onder de hulpmiddelenzorg op grond van artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering. Wat betreft het toebehoren bij de diverse toedieningssystemen, wordt onder meer gedacht aan aansluitstukken, -slangen, flessen, aanpriknaalden, infuusstandaard en dergelijke, alsmede desinfectantia, voor zover het middelen betreft die niet vallen onder de op grond van artikel 2.8 van het Besluit zorgverzekering geregelde farmaceutische zorg. Daarnaast is het bij parenterale voeding gebruikelijk dat middelen worden gebruikt als steriele handschoenen, nierbekkenschaaltjes, spatels en monddoekjes. Deze middelen behoren eveneens tot in de onderhavige bepaling geregelde hulpmiddelen.
>> Terug naar hulpmiddelen