De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:
Solo-apparatuur met toebehoren.
Eenvoudige Solo-apparatuur bestaat uit twee onderdelen: een zender met een microfoon en een ontvanger met een halslus. De spreker krijgt de zender en uzelf de ontvanger. Met het hoortoestel op de T-stand kunt u het geluid opvangen. Als u geen T-stand of geen hoortoestel heeft, kunt u ook een gewone koptelefoon op de ontvanger aansluiten. Solo-apparatuur werkt via FM (radiogolven), en is dus draadloos.
Dit FM-systeem is speciaal ontwikkeld om spraakgeluid direct van de bron naar het oor van de hoor-toesteldrager te brengen, zonder storing van andere omgevings-geluiden. FM is een vorm van draadloze communicatietechnologie die tegenwoordig veel wordt toegepast. Solo-apparatuur is een FM-systeem voor dragers van hoortoestellen. Een zender pikt de stem van de spreker op en geeft die door middel van radiogolven direct draadloos door aan de kleine FM-ontvanger die aan het hoortoestel gekoppeld is.
Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):
1. Indien er sprake is van een toondrempelverlies op het beste oor van 40 dB gemiddeld over 500, 1000 en 2000 Hz (zogenaamde Fletcherindex), of 50 dB gemiddeld over 1000, 2000 en 4000 Hz op het beste oor.
2. Indien er volgens de meetmethode van Plomp sprake is van een hinderlijk verlies voor
spraakverstaan in ruis van minimaal 3 dB, waarbij er rekening mee dient te worden
gehouden dat dit met name bij jonge kinderen moeilijk of niet te meten is.
>> Terug naar hulpmiddelen