NEDERLANDS TECHNISCH ADVIES COLLEGE HULPMIDDELEN INFORMATIE CENTRUM
ZOEK   Search

Hoortoestellen

Minimaliseren

De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:

Electro-akoestische hoortoestellen voor persoonlijk gebruik, in gewone dan wel bijzondere uitvoering, bestemd om op of aan het menselijk lichaam te worden gebezigd ter verbetering van een gestoord gehoor, alsmede de zogenaamde gehoorlepels of gehoorslangen die het geluid via mechanische weg versterken, waarbij als bijzondere uitvoering van een electro-akoestisch hoortoestel wordt beschouwd een:

  • cros-uitvoering; 
  • bicros-uitvoering; 
  • beengeleider-uitvoering; 
  • uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen; 
  • uitvoering met één uitwendige microfoon en één aansluiting; 
  • uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting.

De keuze voor merk en type hoortoestel is een gecompliceerd proces dat veel kennis en ervaring vergt. Alle technieken lijken veelbelovend, maar in de praktijk valt het voor de slechthorende zelf nog wel eens tegen.
Een probleem is dat niemand weet wat de slechthorende precies hoort en hoe dat klinkt.
Er wordt aangenomen dat de wetten die gelden voor hifi-apparatuur, ook gelden voor slechthorenden en hoortoestellen, maar dat blijkt lang niet altijd waar te zijn.
Geleidingsverliezen zijn met dit concept redelijk te compenseren, perceptieverliezen zijn veel moeilijker.

Als het slakkenhuis niet goed meer werkt kan men tonen minder goed onderscheiden, maar vaak treedt er ook abnormale geluidsgewaarwording op: harde en zachte tonen kunnen niet meer op de normale manier worden onderscheiden (recruitment).
Zachte geluiden zijn te zacht en harde geluiden al snel te hard.
De keuze voor een hoortoestel wordt in de eerste plaats bepaald door het soort gehoorverlies: geleidingsverlies of perceptieverlies.
Aan de hand van het audiogrammen worden de benodigde versterking, frequentiekarakteristieken en andere instellingen bepaald.
Bij een perceptieverlies zal men recruitmentverschijnselen zo veel mogelijk trachten te beperken.

Verschillende omstandigheden en situaties waarin de slechthorende regelmatig verkeert, spelen eveneens een belangrijke rol.
Alle merken en typen hoortoestellen hebben hun eigen geluidskarakteristieken.
Wat prettig klinkt is, net als bij stereo-apparatuur, zeer individueel bepaald.
Vandaar dat tijdens een proefperiode van een aantal weken één of meer toestellen worden aangepast en gedragen, zodat de slechthorende een afgewogen keuze kan maken.
Belangrijk is ook dat het gekozen hoortoestel (dat verstrekkingstechnisch tenminste 5 jaar mee moet) voldoende reservecapaciteit heeft om tussentijdse verslechtering van het gehoor te kunnen compenseren.

Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):

1.    Een indicatie voor 1 hoortoestel is aanwezig, indien het drempelverlies van het audiogram van het beste oor ten minste 35 dB (verkregen door het gehoorverlies bij frequenties van 1000, 2000 en 4000 Hz te middelen) bedraagt en indien het verstaan van spraak, in stilte aangeboden met normale sterkte (55 dB) door toepassing van het hoortoestel ten minste 20% toeneemt. 

2.    Een indicatie voor 2 hoortoestellen is aanwezig, indien de winst van spraakverstaanvaardigheid ten minste 10% bedraagt ten opzichte van de aanpassing met 1 hoortoestel, dan wel het richtinghoren hersteld wordt tot een hoek van 45 graden. 

3.    Bijzondere individuele zorgvragen.

>> Terug naar hulpmiddelen

 Afdrukken