NEDERLANDS TECHNISCH ADVIES COLLEGE HULPMIDDELEN INFORMATIE CENTRUM
ZOEK   Search

(insuline) Infuuspompen

Minimaliseren

De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:
Draagbare, uitwendige insuline infuuspompen met toebehoren.

Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):

1.    Patiënten bij wie bij optimale zelfregulatie de bloedsuikerwaarden bij herhaling onaanvaardbare schommelingen vertonen, dat wil zeggen schommelingen groter dan 10 mmol/l, of bij wie geen HbAl-gehalte van minder dan 10% of een HbAlc-gehalte van minder dan 8% bereikt kan worden. 

2.    Patiënten bij wie ondanks goede gemiddelde instelling en zelfregulatie geregeld hypoglycaemieën optreden of. 

3.    Patiënten bij wie goede gemiddelde instelling slechts kan worden bereikt door drie of meer injecties per dag. 

4.    Diabetica die zwanger wil worden of in verwachting is en bij wie met maximaal twee injecties per dag geen optimale gemiddelde instelling kan worden bereikt ondanks goede instructie, motivatie en begeleiding. 

5.    Diabetici met pijnlijke en progressieve neuropathie, indien optimale zelfregulatie niet tot voldoende verbetering leidt. 

6.    Jeugdige diabetici met groeistoornissen c.q. verlate puberteit, indien optimale zelfregulatie niet tot voldoende verbetering leidt. 
Bijzondere individuele zorgvragen.

Bij het verstrekken worden vrijwel altijd twee pompjes gelijktijdig afgeleverd. Beide pompjes hebben een gebruiksduur van twee jaar. Gezien de volledige afhankelijkheid van verzekerde is de bedoeling bij het verstrekken van twee pompjes dat er eerst één pompje wordt gebruikt voor een periode van 22 maanden en het tweede pompje dient als reserve. Na deze periode gaat verzekerde over op het tweede pompje en gebruikt de eerste als reserve. Het tweede pompje wordt wederom 22 maanden gebruikt. Aan het eind van deze periode wordt er een aanvraag ingediend voor een volledige vervanging. De verzekeraar verstrekt dus slechts twee pompjes per 4 jaar.

>> Terug naar hulpmiddelen
 Afdrukken