De hier bedoelde hulpmiddelen zijn:
Apparatuur voor het zelf afnemen van bloed. De bijbehorende lancetten
Deze hulpmiddelen kunnen verstrekt worden bij de volgende indicatie(s):
1. Voor diabeten die (nagenoeg) zijn uitbehandeld met orale (pillen) bloedsuikerverlagende middelen en geïndiceerd zijn voor instelling op insuline of waarbij de behandeling met insuline wordt overwogen: max. 100 lancetten (eenmalig)
2. Bij 1 tot 2 insuline injecties p/dag max. 100 lancetten per 3 maanden.
3. Bij 3 of meer insuline injecties p/dag max. 400 lancetten per 3 maanden.
4. Bij gebruik van een insuline pomp max. 400 lancetten per 3 maanden.
Op medisch advies kan van deze maxima worden afgeweken.
>> Terug naar hulpmiddelen